Wat heeft briefgeheim met innovatie te maken?

Wat heeft briefgeheim met innovatie te maken?

Zowel op overheidsniveau, alsook voor een organisatie (bedrijf of instelling) is het verstandig om met de privacy van medewerkers, partners en klanten zorgvuldig om te gaan. Transparantie moet niet worden verward met camerabewaking of e-mail surveillance. Openheid moet niet worden verward met alles willen weten. 

Innovatie en experiment behoeven een veilige ruimte, waarin men zich kan uiten en  gedachten kan uitwisselen, zonder zich ‘gezien’ te voelen. Juist wanneer er kritische vragen worden gesteld of wanneer een nieuw idee wordt uitgeprobeerd en draagvlak wordt gesondeerd. 

Openheid lijkt tegenstrijdig aan privacy, maar in feite is een open discours alleen mogelijk wanneer de gedachtenuitwisseling in beslotenheid kan plaatsvinden.

Duidelijk wordt dit geïllustreerd door de geschiedenis van censuur tegenover briefgeheim in de vroege 19e eeuw. Na de nederlaag van Napoleon, in 1815, wilden de conservatieve machthebbers in Europa – de monarchen en de adellijke elite – niets te maken hebben met liberale ideeën. Censuur was een logisch gevolg. Tegelijkertijd was ook het openen van brieven door de censuur van de overheid een veelvoorkomende praktijk. Wanneer vrije geesten, liberalen en wetenschappers niet de gelegenheid hebben om in het geheim hun nog prille en onvolkomen ideeën uit te wisselen, wordt hun hervormingsdrift beteugeld. Zo was schending van het briefgeheim een middel om de openheid en creativiteit van de liberalen te beteugelen.

In de openheid kun je niet zo makkelijk van gedachten veranderen. Het is niet voor niets dat in autoritaire, repressieve regimes niet alleen openheid, maar ook creativiteit en verandering tot stilstand komen.

Het wekt dan ook geen verbazing dat privacy als grondrecht en de bescherming van het briefgeheim vrij kort na elkaar in de Nederlandse grondwet kwamen, en dat met name het briefgeheim gestimuleerd werd door de liberale hervormingen onder Thorbecke in 1848. Natuurlijk heeft de overheid ingebouwd dat, in het geval van opsporing van misdaad of voor bescherming van de nationale veiligheid, dit briefgeheim geschonden kan worden – maar dat recht van de overheid is zorgvuldig door benodigde goedkeuring van de rechterlijke macht beperkt.

Een bedrijf dat in het IT handboek opneemt dat de baas te allen tijde kan meelezen en/of meekijken, moet zich afvragen of dat voor de creativiteit en productiviteit in het bedrijf nu wel zo goed is. Nog los van de vraag of het wettelijk wel of niet mag. Laat de e-mails van medewerkers en anderen gewoon met rust. 

Mark van Hattem, Ph.D., CTPP




 

Geef een reactie

Sluit Menu
cookie

Wij gebruiken alleen functionele en analytische cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden op onze website. Onze cookies verzamelen geen persoonsgegevens. Meer informatie.