De essentie van de AVG: regulering of bescherming?

Share
Share on linkedin
Share on facebook
Share on google
Share on twitter

Privacy-activist Michiel Jonker procedeert al jaren tegen het gebruik van de afvalpas door de gemeente Arnhem. De zaak is tot aan de Raad van State uitgevochten. De kern van de uitspraak was dat het doel van de AVG is om de verwerking van persoonsgegevens te reguleren en niet om deze te verbieden. Maar waar blijft de bescherming van de persoonsgegevens van de burger, door bijvoorbeeld minimalisering van de te verwerken persoonsgegevens?

Al sinds 2017 lopen er procedures tussen privacy-activist Michiel Jonker en de gemeente Arnhem. De gemeente gebruikt sinds 2015 een afvalpas waarmee inwoners hun restafval kunnen deponeren. De gemeente zet de afvalpas in om te voorkomen dat de containers gebruikt worden door niet-Arnhemmers en bedrijven. Ook hoopt de gemeente met de pas inwoners te stimuleren om hun afval beter te scheiden.

In 2017 had de AP aan de gemeente een last onder dwangsom opgelegd om te stoppen met het verwerken van persoonsgegevens bij de ondergrondse afvalcontainers. En terecht, want destijds was het zo dat met de oude afvalpas precies kon worden gezien door wie en wanneer afval in de container werd gegooid.

In 2019 heeft de gemeente Arnhem de afvalpas opnieuw geïntroduceerd en het systeem van de afvalcontainers vernieuwd. Hierdoor zou de verwerking van de persoonsgegevens een minder vergaande inbreuk opleveren dan het oude systeem en daarmee legitiem zijn.

De nieuwe afvalpas is gekoppeld aan het woonadres, zodat de pas enkel door inwoners gebruikt kan worden en niet door bijvoorbeeld bedrijven. Wanneer een inwoner met de pas een container wil openen, controleert het systeem of deze persoon bevoegd is de container te openen. Direct daarna wordt de chipcode omgezet in een generiek nummer, waardoor niet meer te achterhalen is welk huishouden het afval heeft gedeponeerd. Vanwege deze vernieuwingen is de AP van mening dat de gemeente het gebruik van de afvalpas weer mag hervatten en is de last onder dwangsom opgeheven.

Ondanks de vernieuwingen is Jonker nog steeds van mening dat het gebruik van een afvalpas een te vergaande inbreuk oplevert en is hij in beroep gegaan bij de Raad van State (RvS).

In deze zaak geeft de RvS invulling aan een aantal interessante rechtsvragen met betrekking tot het begrip ‘algemeen belang’. Hierna worden de hoofdpunten uit de zaak besproken. Allereerst de vraag: Moet de taak van algemeen belang in een formele wet staan? In het verlengde daarvan wordt invulling gegeven aan de vraag: Wat is de taak van algemeen belang? Tot slot volgt nog een belangenafweging en wordt antwoord gegeven op de vraag: Is de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk om de taak van algemeen belang te vervullen?

Wettelijke grondslag

Uit artikel 6 lid 1 sub e AVG volgt dat de verwerking van persoonsgegevens rechtmatig is indien de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang. De taak van algemeen belang moet voortvloeien uit het Unierecht of lidstatelijk recht. In deze zaak stelde Jonker dat de verwerking onrechtmatig is, omdat de noodzaak niet voortvloeit uit een wet in formele zin.

De RvS verwerpt dit argument, omdat in overweging 45 van de AVG enkel staat dat de wetgeving waarop de verwerking gebaseerd is, duidelijk en nauwkeurig moet zijn. Daarnaast moet de toepassing van die wet ook voorspelbaar zijn voor degene op wie deze van toepassing is. Ook uit artikel 8 EVRM en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie volgt niet dat er sprake moet zijn van een wet in formele zin. Lagere regelgeving kan ook toereikend zijn voor een rechtmatige gegevensverwerking.

Taak van algemeen belang

Vervolgens gaat de RvS in op de vraag of hier sprake is van een taak van algemeen belang. De RvS stelt dat de verantwoordelijkheid van de gemeente om de inzameling van huishoudelijk afval te faciliteren inderdaad een taak van algemeen belang is. Dit is een taak die voortvloeit uit de Wet milieubeheer. Op basis van deze wet moet de gemeente afval inzamelen en ook rekening houden met het geldende gemeentelijke afvalbeheerplan. Ingevolge het gemeentelijke afvalplan moet de gemeente ervoor zorgen dat er zo min mogelijk restafval is en er zorg voor dragen dat herbruikbare materialen zoveel mogelijk gescheiden worden. De gemeente heeft veel ruimte om naar eigen inzicht te bepalen hoe dit doel het beste kan worden bereikt.

Noodzakelijkheid van de gegevensverwerking

Tot slot toetst de RvS of het noodzakelijk is om de gegevens te verwerken. Dat wordt gedaan door alternatieve mogelijkheden en belangen tegen elkaar af te wegen. Daarbij benadrukt de RvS dat het enkele feit dat het afval ook op een andere manier ingezameld kan worden – dus zonder een afvalpas – niet voldoende is om te stellen dat de verwerking van de persoonsgegevens onrechtmatig of niet noodzakelijk is. Dit baseert de RvS op haar standpunt dat het doel van de AVG is om de verwerking van persoonsgegevens te reguleren en niet om deze te verbieden.

De RvS stelt zich op het standpunt dat alle alternatieven die door appellant zijn aangedragen onvoldoende zijn om het doel te bereiken, namelijk: minder afval. De RvS is van mening dat de inbreuk slechts gering is en de omvang van de gegevensverwerking beperkt is tot wat noodzakelijk is. Dit aangezien de persoonsgegevens slechts zeer kort verwerkt worden in het tijdelijke geheugen van de container om deze te kunnen openen. Daarna worden de persoonsgegevens direct geanonimiseerd.

Bovendien heeft de gemeente Arnhem voldoende aannemelijk kunnen maken dat wanneer de afvalpas niet gekoppeld is aan het woonadres het doel om misbruik te voorkomen niet bereikt kan worden. Zo is uit onderzoeken gebleken dat in de periode dat de afvalpas geschrapt was in de containers 7% meer restafval is gedeponeerd.

Wat deze zaak bijzonder maakt is dat de RvS benadrukt dat men bij een belangenafweging nooit uit het oog moet verliezen dat het doel van de AVG is om de verwerking van persoonsgegevens te reguleren en niet om deze te verbieden. Dit is tot op bepaalde hoogte juist, maar het is nogal kort door de bocht. Een belangrijk doel van de AVG is om risico’s voor betrokkenen te mitigeren. De onderbouwing van de RvS zou dan ook sterker zijn geweest wanneer de zaak zou zijn beoordeeld met de achterliggende gedachte dat de AVG er is om de burger te beschermen en niet enkel om de verwerking van persoonsgegevens te reguleren. Dit zou ook meer toevoegen aan de rechtsontwikkeling van het privacyrecht en mogelijk ook tot een andere uitkomst leiden.

Op de site van Stichting Privacy First is te lezen dat Jonker zijn ongenoegen uit over de uitspraak en dat hij voornemens is om in beroep te gaan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Hoewel dit proces nog jaren kan duren, valt te hopen dat het EHRM met een juridisch sterkere onderbouwing komt.

Darinka Zarić

Darinka Zarić

Darinka Zarić is jurist bij The Privacy Factory. Nieuwe juridische vraagstukken die ontstaan in een gedigitaliseerde samenleving spreken haar enorm aan. Met name op het gebied van privacyrecht en de inzet van big data. Momenteel volgt zij aan de Vrije Universiteit Amsterdam de master Internet, intellectuele eigendom en ICT.

Meld u aan voor Privacy Weekly

Aanmelden Privacy Weekly
Elke donderdag een privacy alert, blog of whitepaper in uw inbox!
cookie

Wij gebruiken alleen functionele en analytische cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden op onze website. Onze cookies verzamelen geen persoonsgegevens. Meer informatie.