Recht op vergetelheid: Wilt u mijn gegevens wissen?

Share
Share on linkedin
Share on facebook
Share on google
Share on twitter

Wanneer een individu het niet eens is met de verwerking van zijn persoonsgegevens kan deze een beroep doen op het in artikel 17 AVG genoemde recht op vergetelheid. In deze blog wordt besproken hoe de rechter een beroep op het recht op vergetelheid in de praktijk zal toetsen.

Een van de voornaamste doelen van de AVG is om organisaties richtlijnen te geven om op een privacyvriendelijke manier persoonsgegevens te verwerken. Daarnaast benoemt de AVG expliciet ook een aantal rechten voor personen van wie gegevens worden verwerkt. Een van die rechten is het zogeheten ‘recht op vergetelheid’, ook wel het recht op gegevenswissing.

In artikel 17 van de AVG staan een aantal gronden waarop een betrokkene een beroep kan doen om zijn gegevens te laten verwijderen. Zo kan het zijn dat de gegevens verwijderd moeten worden omdat deze niet meer nodig zijn voor het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld of verwerkt. Ook kan een betrokkene zijn toestemming voor de verwerking intrekken of bezwaar maken tegen het gebruik van de gegevens. Andere gronden die in artikel 17 AVG worden genoemd, zijn: het verlopen van de wettelijke bewaartermijn, het verzamelen van persoonsgegevens van personen jonger dan 16 jaar en het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens.

Dit betekent niet dat een verzoek tot gegevenswissing altijd zal slagen. Zo noemt de AVG ook een aantal situaties waarin de gegevens niet gewist hoeven te worden. Globaal genomen gaat het om situaties waarin gegevens verwerkt worden om een bepaalde wettelijke verplichting na te komen of een taak van algemeen belang te vervullen. Ook kan het zo zijn dat de gegevens niet verwijderd hoeven te worden, omdat bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt in een specifieke situatie.

Aan de hand van twee rechtszaken wordt in deze blog geschetst hoe de rechter omgaat met verzoeken tot gegevenswissing.

Verwijderen uit jeugdhulpdossier

Recent is er in Nederland een uitspraak geweest waarin de rechter een verzoek tot gegevenswissing inwilligt. De rechtszaak werd aangespannen door de moeder van een minderjarige jongen. De gemeente Almelo hield een jeugdhulpdossier bij van de minderjarige jongen.

De moeder eiste dat het jeugdhulpdossier van haar zoon werd verwijderd. Informatie over de zoon werd opgenomen in het jeugdhulpdossier zonder uitdrukkelijke toestemming van een ouder, ondanks dat dit een verplichting is op grond van de Jeugdwet. De moeder stelde dan ook dat er sprake was van een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. De gemeente verweerde zich met het argument dat hier sprake is van een uitzonderingsgrond, namelijk dat de verwerking nodig is voor het nakomen van een wettelijke verplichting uit de Jeugdwet. Volgens de gemeente moet het jeugdhulpdossier op grond van de Jeugdwet 20 jaar bewaard worden. Gelet daarop heeft de gemeente een wettelijke verwerkingsplicht. Hierdoor zou een beroep op het recht op vergetelheid niet kunnen slagen.

De rechtbank gaat niet mee met het argument van de gemeente en oordeelt dat de gemeente onvoldoende heeft kunnen onderbouwen waarom er een op de Jeugdwet gebaseerde verwerkingsplicht zou bestaan.

Verwijderen van een website

In een recente Oostenrijkse zaak oordeelde de rechter dat het belang van verwerking met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek zwaarder weegt dan het privacybelang van de betrokkene.

Persoonsgegevens van de eiser werden geplaatst op een website die de geschiedenis van het fascisme documenteert. De website dient volgens de beheerders een wetenschappelijk doel. Op de website werd eiser kenbaar gemaakt als lid van een extreemrechtse groepering. De eiser deed een beroep op het recht op vergetelheid. Hij stelde dat de website geen wetenschappelijk belang dient en dat daarmee sprake is van een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens.

De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom de website geen wetenschappelijk doel dient en dat daarnaast al publiekelijk bekend was wat de politieke voorkeur is van de man. Het verzoek tot verwijdering is dan ook afgewezen.

Ondanks dat de twee voorgaande zaken twee uitersten zijn en de situaties op vele vlakken verschillen, kunnen hier wel twee dingen uit worden geconcludeerd. Allereerst blijkt uit deze zaken dat de onderbouwing van de aangevoerde feiten doorslaggevend is om een beroep op het recht op vergetelheid, of op een van de uitzonderingsgronden, te laten slagen. Een aangevoerd argument zonder sterk bewijs om dit te onderbouwen, zal door de rechter niet snel worden aangenomen.

Het tweede punt dat uit deze zaken impliciet kan worden geconcludeerd, is dat de rechter het privacybelang van een minderjarige veel zwaarder laat wegen dan het privacybelang van een volwassene wiens politieke voorkeur bovendien al algemeen bekend was.

Ondanks dat het door betrokkenen als zeer onrechtmatig kan worden ervaren dat bepaalde persoonsgegevens worden verwerkt, hoeft dit vanuit de AVG niet altijd te leiden tot een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. De rechter zal altijd een belangenafweging maken om tot een zo redelijk mogelijk oordeel te komen.

Darinka Zarić

Darinka Zarić

Darinka Zarić is jurist bij The Privacy Factory. Nieuwe juridische vraagstukken die ontstaan in een gedigitaliseerde samenleving spreken haar enorm aan. Met name op het gebied van privacyrecht en de inzet van big data. Momenteel volgt zij aan de Vrije Universiteit Amsterdam de master Internet, intellectuele eigendom en ICT.

Meld u aan voor Privacy Weekly

Aanmelden Privacy Weekly
Elke donderdag een privacy alert, blog of whitepaper in uw inbox!
cookie

Wij gebruiken alleen functionele en analytische cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden op onze website. Onze cookies verzamelen geen persoonsgegevens. Meer informatie.