Zwarte lijsten en het privacybelang van de betrokkene

Share
Share on linkedin
Share on facebook
Share on google
Share on twitter

Zwarte lijsten zijn een veelgebruikt middel voor organisaties om zich te weren tegen problematische klanten. In deze blog gaan we vanuit een privacyrechtelijk perspectief nader in op de rechtmatigheid van zwarte lijsten en de rechten van de betrokkene.

Een zwarte lijst kan een middel zijn om je organisatie te beschermen tegen problematische klanten. Veel organisaties maken hier dan ook gebruik van. Denk bijvoorbeeld aan zwarte lijsten waarin wanbetalers en frauderende klanten terug te vinden zijn, of aan zwarte lijsten bij hotels waar gasten op staan die veel overlast veroorzaken.

Het plaatsen van een persoon op een zwarte lijst geldt als een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. Gelet op het feit dat de AVG van toepassing is, betekent dit dat de betrokkene het recht heeft om bezwaar te maken tegen de verwerking in de zin van artikel 21 lid 1 AVG.

Het komt nogal eens voor dat een betrokkene zonder een geldige reden (te lang) op een zwarte lijst staat. Dit kan jarenlange belemmeringen opleveren voor de betrokkene. Zo was er recent nog een rechtszaak over de website zwartelijstartsen.nl. Op de website werden de namen van artsen en zorgverleners geplaatst die medische fouten hebben gemaakt. De rechter oordeelde dat de site verwijderd moest worden, omdat de verwerking van persoonsgegevens op de site in strijd met de AVG is.

In deze blog gaan we nader in op de volgende vraag: Wanneer is sprake van een rechtmatige verwerking in een zwarte lijst? In het verlengde daarvan bespreken we een aantal praktijkvoorbeelden om te illustreren hoe de belangen van partijen tegen elkaar worden afgewogen wanneer een betrokkene bezwaar maakt.

Verwerking persoonsgegevens zwarte lijst

Het gebruik van zwarte lijsten raakt direct aan het privacybelang van de betrokkene. Daarom moet bij het gebruik van een zwarte lijst sprake zijn van een van de zes grondslagen uit de AVG om de persoonsgegevens in de zwarte lijst te mogen verwerken. In het kader hiervan kan de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ van toepassing zijn. Het gerechtvaardigd belang kan dan bestaan uit o.a. het waarborgen van de continuïteit van de organisatie of het beschermen van de medewerkers en eventuele bezoekers.

Dit belang dient afgewogen te worden tegen het privacybelang van degene die in aanmerking komt om op een zwarte lijst te staan. Het moet daarbij dus gaan om iemand die zodanig ongewenst gedrag vertoont dat dit daadwerkelijk een gevaar kan opleveren voor de organisatie of medewerkers en andere personen. Dit verschilt van geval tot geval. Daarnaast moet altijd voldaan worden aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Indien een lichter, minder invasief middel ter beschikking staat om het doel te bereiken, mag het zware middel dat een zwarte lijst is niet worden gebruikt.

Indien het gerechtvaardigd belang goed onderbouwd kan worden en ook duidelijk gemaakt kan worden waarom dit zwaarder weegt dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag een organisatie een zwarte lijst gebruiken.

Op het moment dat in een zwarte lijst ook strafrechtelijke gegevens worden opgenomen, gelden extra strenge eisen en moet de organisatie een vergunning aanvragen bij de AP en een modelprotocol gebruiken.

Bezwaar tegen opname zwarte lijst

Aangezien de AVG van toepassing is, heeft de betrokkene een aantal rechten. Deze zijn terug te vinden in afdeling 2 van de AVG. Met betrekking tot zwarte lijsten zijn vooral relevant het recht op inzage, rectificatie, vergetelheid en het recht om bezwaar te maken. Dit laatstgenoemde recht is waar we in deze blog nader op in gaan.

Het recht op bezwaar wil zeggen dat de betrokkene het recht heeft om vanwege specifieke, persoonlijke redenen bezwaar te maken tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens. De verwerkingsverantwoordelijke, dus de organisatie die de zwarte lijst hanteert, moet de verwerking van de persoonsgegevens staken, tenzij voor het continueren van de verwerking dwingende gerechtvaardigde gronden worden aangevoerd die zwaarder wegen dan de belangen van de betrokkene. Hier komt het dus ook weer neer op een belangenafweging.

Om een concreet voorbeeld te geven van een dergelijke belangenafweging zal ik kort ingaan op een rechtszaak over een BKR-geregistreerde tegen de Volksbank. De betrokkene had een BKR-registratie vanwege een maandenlange ongeoorloofde roodstand op zijn betaalrekening. Enige tijd later wil betrokkene een huis kopen. Dit lukt echter niet, omdat hij vanwege de registratie niet de gewenste hoogte aan hypotheek kan krijgen. De betrokkene voert aan dat de registratie uit het BKR-register verwijderd moet worden, omdat zijn belang om een huis te kopen zwaarder weegt dan handhaving van de BKR-registratie. Uiteindelijk gaat de rechter hier niet in mee, omdat het doel dat met de registratie wordt bereikt – namelijk beschermen van betrokkene tegen overkreditering – niet op een minder nadelige wijze kan worden bereikt.

Dit betekent niet dat een bezwaar tegen opname in een zwarte lijst zelden zal slagen. Zo is in een andere soortgelijke zaak de rechter wel meegegaan in het belang van de betrokkene om verwijderd te worden uit het schuldenregister, zodat een woning gekocht kon worden. Ook hier vond weer een belangenafweging plaats. In deze situatie kon de betrokkene aantonen dat hij door een donkere periode ging en last had van psychische klachten in de periode dat de schulden werden gemaakt. Van schulden is inmiddels geen sprake meer en het is duidelijk aantoonbaar dat het goed gaat met de betrokkene. De rechter oordeelde hier dat betrokkene verwijderd kon worden uit het schuldenregister, aangezien de omstandigheden van betrokkene zijn veranderd en het belang van de betrokkene zwaarder weegt.

Al met al kan een klein nuanceverschil in de feiten en omstandigheden doorslaggevend zijn voor een geslaagd bezwaar tegen opname in een zwarte lijst.

Darinka Zarić

Darinka Zarić

Darinka Zarić is jurist bij The Privacy Factory. Nieuwe juridische vraagstukken die ontstaan in een gedigitaliseerde samenleving spreken haar enorm aan. Met name op het gebied van privacyrecht en de inzet van big data. Momenteel volgt zij aan de Vrije Universiteit Amsterdam de master Internet, intellectuele eigendom en ICT.

Volg onze publicaties

cookie

Wij gebruiken alleen functionele en analytische cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden op onze website. Onze cookies verzamelen geen persoonsgegevens. Meer informatie.